GESCHIEDENIS VAN DE BRUNSSUMSE SCHUTTERIJEN
De taak van de Schutterijen.
In vroegere eeuwen had ieder dorp van betekenis en zeker iedere heerlijkheid, waar een schepenbank was, zoals te Brunssum, zijn eigen schutterij. Zulk een schutterij was geen overdreven weelde. Wijl er geen rijksapparaat bestond, om voor de openbare veiligheid in het dorp te zorgen, was dat de eerste taak van de schutterij. In woelige tijden moesten de schutters 's nachts patrouille lopen. Als vreemde elementen, gelijk zigeuners en taters, de wegen onveilig maakten, hadden ze de handen vol. Zij bewaakten en vervoerden de gevangenen en hielpen de scherprechter bij executie van ter dood veroordeelden, vooral in de tijd van de bokkenrijders.
Bij kermis en feesten handhaafden ze de orde; met hetzelfde doel begeleidden ze de jaarlijkse H. Sacramentsprocessie.
Achtergronden
schutterijen en gilden
Wel was de dienst niet verplichtend, maar er werden steeds genoeg rekruten gevonden wegens de hoge soldij, bestaande uit zeer veel bier. De leiders of gegradueerden behoorden altijd tot de vooraanstaande ingezetenen. Het opperhoofd was de gebiedende dorpsheer; hij of zijn stadhouder loste bij het vogelschieten het eerste schot. Bij de parade op Kermismaandag kregen de manschappen vier tonnen bier: één van de heer, één van de pastoor, één van de schout en één van de schepenen.
De St. Gregorius-schutterij, de uit noodzaak geborene, de oude, de rijke.
Waarschijnlijk dateert ze reeds uit de 14e eeuw, ofschoon sommigen menen, dat ze eerst zou opgericht zijn in het jaar 1614. Dit concludeert met uit het jaartal op een klein zilveren plaatje, dat de mooi bewerkte zilveren vogel, thans nog in het bezit van de schutterij, in de bek draagt. Maar wie maakt uit dat dit de eerste vogel is geweest?
In die veronderstelling heeft men op 24 Mei 1914 te Brunssum haar 300-jarig
bestaan gevierd. Behalve die vogel bezit de schutterij een groot aantal
zilveren platen uit verschillende eeuwen met de daarin gegraveerde namen van
edellieden, koningen en keizers.
Al bestond de schutterij ook zoveel eeuwen, toch had ze volgens de Nederlandse wetten geen rechtspersoonlijkheid. In het jaar 1867 werd deze aangevraagd en verkregen bij koninklijk besluit van 2 April 1868 en hernieuwd bij koninklijk besluit van 30 Juni 1879. Als doel stond in de statuten vermeld: "Door oefening in het schieten 's lands weerbaarheid verhogen".
Bij koninklijk besluit van 28 Sept. 1909 werd de rechtspersoonlijkheid weer vernieuwd, onder voorwaarde, dat het aantal leden minstens 11 zou bedragen. Schutters, die het gilde een goed hart toedragen, hebben het in de loop der eeuwen enige percelen land geschonken. deze waren gelegen in- of bij het tegenwoordige Schuttersveld, dat daar zijn naam van kreeg, en werden tussen 1911 en 1921 aan de Staatsmijnen verkocht voor ± 10.000 gld. Zo werd die schutterij "rijk".
Bijzonderheden over de oude schutterij.
Meetrekken bij de Grote Bronk verboden.
Reeds zeiden we, dat in vroeger eeuwen de schutterijen de grote Bronk moesten vergezellen om de orde te handhaven. Daaruit schijnen misbruiken ontstaan te zijn; men vond het minder passend, dat zulk een militair corps met zijn schrikwekkende achterladers, kletterende wapens en roffelende trommen die stille ommegang vergezelden.
Daarom werd bij schrijven van 27 Juni 1747 door Mgr. Johannes Antonius de Robiano, bisschop van
Roemond, aan de schutterijen verboden, om met trommel, geweer of andere instrumenten in de processie meet te trekken of in de kerk aanwezig te zijn. Dat verbod werd door dezelfde bisschop nog eens herhaald op 18 Maart 1750 en in hetzelfde jaar 8
October 1750 zette keizerin Maria Theresia als sanctie op overtreding een boete van
fl. 25.-- voor elke
deelnemer. 't Schijnt nog niet geholpen te hebben, want op 6 juni 1764 liet officiaal
Hendrik Neijnens het bisschoppelijk decreet van 8 October 1750 nog eens afkondigen in alle kerken van het dekenaat Valkenburg. Ook in het nieuwe bisdom Roemond bleef dit verbod gehandhaafd en werd opnieuw uitgevaardigd op 9 Nov. 1849 door Mgr. Paredis, maar later opgeheven.
Koning en Keizer.
Wie op kersmismaandag de vogel afschoot, werd koning van het jaar; hij was het middelpunt van de schutterij. na afloop van de wedstrijd werd hij in plechtige stoet naar huis gebracht en onderweg deed men op kosten van zijne Majesteit alle "heiligenhuisjes" aan. Dan begonnen de buurmeisjes te sieren en de Meiboom werd voor de deur geplant. Terwijl de schutterij in brede kring om hem heen stond opgesteld, zwaaide de vendeldrager te zijner ere in forse figuren de schuttersvlag. In vroegere eeuwen was aan zijn waardigheid ook voordeel verbonden; zo werd hij o.a. vrijgesteld van de hand- en spandiensten, die de boeren voor de dorpsheer te verrichten hadden. Maar hij had ook lasten: hij moest het zilver "verbeteren" d.w.z. aan de keten, waaraan de zilveren vogel en de behaalde eretekenen hingen, een zilveren
plaat toevoegen en zijn naam erin laten graveren. Zolang hij koning was, mocht hij dat zilver bewaren en dragen bij optochten en processies; borst en rug rinkelden dan van het zilver.
Schoot iemand drie jaar achtereen de vogel af, dan werd hij tot keizer geproclameerd, welke waardigheid hij heel zijn leven behield. Hij hechtte een extra plaat aan de keten. In schijn werd het zilver zijn eigendom, maar de schutters kochten het voor een flinke som van hem terug. De keizer besteedde deze, om zijn mannen te tracteren. In de St. Gregoriusschutterij
werden keizer: in 1730 Willem Pesch, in 1773 Dorus Hermans, in 1777 Jan Huismans, in 1856 Peter Jos. Klaassen, in 1882 Jacob Arets, in 1898 Jantje Janssen, in 1891 Joops Nauts, in 1906 weer Joop Nauts.
Generaal en Officieren.
Noch de koning noch de keizer hadden bestuursmacht in de schutterij, ze voerden slechts de hoge eretitel. Het gezag berustte bij een reeks officieren en onderofficieren, gelijk bij een leger. Hieruit blijkt het oorspronkelijk karakter van weermacht. Bovenaan stond de generaal, dan volgden de generaal-majoor, de kolonel, de kapiteit, de luitenanten en de vaandrigs.
De schuttenmeester leverde het vergaderlocaal, de schrijver of secretaris hield de boeken bij. De schuttersknechten bereidden de wedstrijden voor en tapten het bier. Dan waren er nog adjudanten, sergeanten, tamboers, voorlopers, grenadiers en kadetten. De schuttersstoet werd geopend door de "bielemennekes", die de weg vrij moesten houden. Ze waren gekleed in de
kleurige uniformen van het 18e eeuwse sappeurs-corps, te vergelijken met onze genie. De grenadiers droegen prachtige hoge mutsen, die de trots vormden van de schutterij. Om de betekenis van de "bielemennekes" te symboliseren werden soms opzettelijk op de weg, die de schutterij zou volgen, boomstammen aangesleept, welke zij moesten opruimen.
Om de kas te spekken werden de officiers-functies, die men op hoge prijs stelde, somwijlen aan de meest biedende verpacht, telkens voor één jaar. Ten einde bij optochten flink voor de dag te komen, werd er herhaaldelijk geoefend in schieten, stramme houding en flink marcheren.
Bevelhebbers en manschappen van de schutterij St. Gregorius in het jaar 1845.
1. de Negri K.F. baron Generaal
2. Palant Jan Wolt. Gen.-Maj.
3. Claassen P.H. Cornel.
4. Coumans P.A. "
5. Hering J.C. Kapitein
6. Claassen P. Jos. Luitenant
7. Bosch M. "
8. Smeets, Arnold Vaandrig
9. Hermans Hendr. "
10. Duikers Jan Schuttenm.
11. Pelen Ferd. Schrijven
(In zijn huis vergaderde men)
12. Duikers Jan Adjudant
13. Hendriks Pet. Jos. "
14. Keulen Conrad Stand.-dr.
15. Keulen J. Jos. "
16. Palmen Jos. Vrij kadet
17. Bemelmans G. "
18. Claessen N. Jos. "
19. Janssen Jos. "
20. Pelen Arnold Kadet
21. Bruls Peter "
22. Merkelbachs F.H. "
23. Smeets Math. "
24. Raets Ant. "
25. Reuzelaar Godfr. "
26. Bex Ant. "
27. Palmen Jos. "
28. Kreukels Fr. "
29. Houtmans P. Jos. "
30. Krips Jos. "
31. Kempeneer Theod. "
32. Penders Nic. "
33. Stiefs Hendr. "
34. Hendriks Michiel Serg.-Maj.
35. Schuivens Peter Tamb.-Maj.
36. Peresie Leon. Voorloper
37. Kreukels Math. Bijlendrager
38. Hendriks J. Jos. Grenadier
39. Hendriks P. Jos. "
40. Hendriks J. Jos. "
41. Schuivens Theod. H. "
42. Schuivens Wil. "
43. Hermans J. Theod. "
44. Hamakers Jan. "
45. Speel Jan Jos. "
46. Bos Theod. "
Bevelhebbers en manschappen van de schutterij St. Gregorius in het jaar 1906.
1. Willems Peter President
2. Hermans Jan Generaal
3. Arets Jozef Kornel
4. Arets Jacob Kapitein
5. Nauts Jozef Keizer
6. Bosch Theod. 2e luitenant
7. Schrijen Math. Tamb.-maj.
8. Jansen Jozef lid
9. Tilmans Jozef "
10. Nauts Jan "
11. Bruls Jacob "
12. Keulen Hendrik "
13. Kempeneer Willem "
14. Daalmans Gerard "
15. Vromen Jozef "
16. Nauts Hubert "
17. Backbier Jozef Majoor
18. Schrijen Josef lid
19. Dohmen Jan "
20. Maassen Louis "
21. Vromen Hubert "
22. Nauts Egidius "
23. Smeets Henri "
24. Hendriks Peter "
Zilveren vogel en platen van de schutterij St. Gregorius
De mooi bewerkte zilveren vogel draagt in de bek een klein zilveren bordje
met de naam Thomas Clevet en het jaartal 1614.
De platen dragen de volgende jaartallen en namen:
1614 Tomas Clevet
1728 W. Pechs Koning
1729 W. Pechs Koning
1730 W. Pechs Keizer
1736 Theodorus Pechs
1754 Theodoor Harmans
1760 Johan Swillings
1764 Adel van den Baron
1765 T.W.J.B. D. Negri
1767 T.W.J.B. D. Negri
1769 Theod. Hendr. van de Kamp
1770 Theod. Hendr. van de Kamp
1773 Theod. Harmans, Keizer
1776 Johan Swillings
1777 Johannes Huismans, Keizer
1781 Johan Wouter Janssen
1785 Johannes Huismans
1786 Johan Swinen
1788 Hendrikus Herinx
1789 Adel van den Baron
1804 A. Geurten
1804 M.C. Herinx
1805 J. B. de Negri
1806 Michel Hanssen
1809 M.H.J. Keizer
1821 Josef Orbons
1823 Renier Oberje
1830 S. Bouts
1855 P.J. Klaassen
1856 P.J. Klaassen, Keizer
1882 Jacob Arets Keizer
1887 H. Mulij
1888 Joup Arets Koning
1889 Jozef Nauts
1890 Jozef Nauts
1891 Jozef Nauts Keizer
Werden Koning zonder 't zilver te "verbeteren":
In 1898 Jan Janssen
In 1900 Frits Geraeds
In 1901 Joup Vromen
In 1902 Joup Arets
In 1906 Jos. Nauts (keizer)<
In 1922 Willem Arets
In 1928 Keub Arets
Tussen 1929 en 1939:
Thei Rutten
Jan Plagge
Jan Otten
Ger. Otten
Nic. Dohmen
In de oorlogstijd 1940 - 1945 werd de schutterij St. Gregorius "ontwapend",
sindsdien slaapt ze. Zal ze ooit wakker worden?
Genomen uit "Brunssum door de eeuwen door" van Zaliger Pastoor W. Moonen,
Pastoor te Brunssum van 1933 tot 1956. Uitgegeven in 1952.
Wat de Zeer Eerwaarde Pastoor Moonen niet wist, n.l. dat de penningmeester van de schutterij de heer Joep Arets, wonende op Dorpstraat 107, reeds op 18 juni 1952, het gemeentebestuur van Brunssum had verzocht, te bemiddelen bij het verkrijgen van geweren. De toenmalige burgemeester van Brunssum, de Edelachtbare Heer J.W. Quint had echter ook niet stilgezeten en reeds op 22 november 1951 Zijne Excellentie de Minister van Oorlog verzocht oude militaire geweren in gebruik te geven, ter vervanging van de in de oorlog in beslag genomen geweren, die in eigendom toebehoorden aan de schutterij , maar waarvoor als gevolg van onkunde, geen eis tot schadevergoeding was ingediend.
Via diverse rapporten, die in den beginne nogal vrij negatief uitvielen, lukte het de burgemeester in juli 1956 eindelijk, via bemiddeling van Lt. Kolonel F.H. Bakker, g.s. van het Basis Commando te 's Gravenhage van het Ministerie van oorlog, om 24 stuks afgekeurde Mauser geweren in buikleen te ontvangen.
Toevoeging door J.M. van den Boom, voorzitter van de schutterij van 1973 tot 1982.
De heroprichting
Bij de inval der Duitse troepen in 1940, werd de schutterij op gezag van de bezetter op non-actief gezet, evenwel door het toenmalig bestuur niet ontbonden. Na de bevrijding zijn het vaandel en de vogel ieder jaar in de "grote Bronk" meegedragen en bleef de schutterij, hoewel niet naar buiten anders optredend als in de processies, toch bestaan.
Toch waren er velen in Brunssum, die een opnieuw leven inblazen der oude schutterij van harte zouden toejuichen. Een grote handicap zou echter zijn nieuwe uniformen en wapens te krijgen daar de oude in 1940 waren ingeleverd.
Te dien einde werden in het voorjaar van 1956 diverse besprekingen gevoerd, tussen leden van het nog bestaande oude bestuur der schutterij en enkele "buitenstaanders", om de oude schutterij weer actief te maken en tot een nieuw leven te brengen.
Initiatiefnemers in deze waren van het oude bestuur de heer Joep Arets en de "buitenstaanders" Joep von den Hoff en Pierre Schobben. Verder deden naderhand mee aan het overleg namens de oude schutterij: Kuub Arets en Rutten en als buitenstaanders Jan Hoenen en Jan Knippenberg.
Omstreeks half mei 1956 waren de voorbereidende besprekingen zover gevorderd, dat in bijzijn der Koning van 1939, de heer Jonkers, op een vergadering in het lokaal "St. Brigid" van Piet Schobben, het voorlopig bestuur werd samengesteld. Dit werd als volgt: Joep von den Hoff, voorzitter, Joep Arets, secretaris-penningmeester en de heren Kuub Arets, Thei Rutten, Jan Hoenen, Jan Knippenberg en de "Koning" Jonkers als leden. Als schutterslokaal werd "St. Brigid"gekozen wegens de vele verdiensten van de lokaalhouder Piet Schobben als mede-heroprichter der schutterij. Deze laatste zou tevens als officier tot de schutterij toetreden, evenwel geen bestuursfunctie bezetten.
Op 3 juni 1956 werd onder grote belangstelling de heroprichtingsvergadering in het schutterslokaal gehouden. De animo was donderend en inclusief het bestuur gaven zich staande de vergadering reeds 32 leden op. Het bestuur werd in zijn voorlopige samenstelling voor definitief gekozen verklaard en trad direct in overleg met het Gemeentebestuur. Hiervan werde de volle medewerking verkregen. Onder de oude roemruchte naam van "R.K. Schuttersvereniging St. Gregorius de Grote" zou de schutterij weer een waardige plaats in het Brunssums verenigingsleven gaan innemen.
Met volle inzet werd al direct door de diverse onderdelen zoals tambours, hoornblazers, exercitiegroep etc. geoefend. Geroemd mag hier zeker worden het baanbrekend werd door de Voerendaalse commandant Piet Arets verricht. Als streefdatum voor het eerste optreden naar buiten in Brunssum, werd half Augustus aangehouden.
Op 17 juni 1956 werd een tweede vergadering belegd. Op deze vergadering werd het nieuwe uniform vastgesteld. Men had zich hierbij de medewerking weten te verkrijgen van de heer Geurten uit Oirsbeek, specialist op het gebied van schuttersuniformen in Limburg. Bij een bezoek aan het legermuseum in Leiden werd het oude legeruniform van 1860-1865 gekozen en werd direct met het aanmaken der uniformen en verdere uitrustingsstukken begonnen. Verder werd op deze vergadering, behoudens enkele kleine wijzigingen, het oude schuttersreglement van 1909 van kracht verklaard. Het is ook dit reglement, hetwelk de laatste koninklijke goedkeuring verkreeg.
Bij gelegenheid van het bondsschuttersfeest der Limburgse Schuttersbond kring Amstenrade, dat in Vaesrade werd gehouden, werd dit feest door enkele bestuursleden onofficieel bezocht en contact met het bestuur der Limburgse Schuttersbond opgenomen. Op 5 juli 1956 werd het inleggeld betaald en de aansluiting bij deze bond een feit.
Intussen had de voorzitter, actief voor een denderend feest bij gelegenheid van het eerste optreden der schutterij naar buiten, een voorbereidend comité hiervoor weten samen te stellen, bestaande uit enkele prominenten uit diverse organisaties in Brunssum. Het eerste optreden naar buiten, 15 augustus Maria Hemelvaartsdag was hiervoor vastgesteld, werd een daverend succes. Bij de officiële ontvangst ten Raadhuize door het Gemeente bestuur van Brunssum, stond het Lindeplein zwart van de mensen. Bij de korte optocht welke vanaf de Langeberg naar het feestterrein aan de Merkelbekerweg werd gehouden, stonden drommen van toeschouwers langs de gehele route. Ook de bij deze gelegenheid gehouden Vlaamse Kermis slaagde, ook financieel, mede dank zij de loyale giften van de Brunssumse Middenstand. Een hartelijk woord van dank aan de vele openlijke en stille medewerkers bij dit feest is hier werkelijk op zijn plaats. Het uniformenfonds heeft er zeer wel bij gevaren.
Op 18 augustus trok onze schutterij voor de eerste maal uit naar een bondsschuttersfeest te Krawinkel gehouden. Enkele eerste prijzen in de vorm van schitterende medailles, bracht zij mee terug: mooiste generaal, beste houding in de optocht en meest gewapende leden. De schietplaoeg had hier pech en kwam niet aan bod.
Zondag 23 september werd het eerste koningsvogelschieten na de bevrijding weer gehouden. Zaterdags daarvoor werd onder deskundige leiding van onze voorzitter de trotse vogel, "ei prachtig dink wie loeter zilver" zoals naderhand de Brunssumse carnavalsschlager 1957 hem bezong, op zijn schietstang geplaatst. De andere morgen evenwel bleek het ding verdwenen.
Trots alle nasporingen langs allerhande wegen, was en bleef de vogel onvindbaar, zodat des middags een nieuwe moest worden opgezet. Anders kon het vogelschieten niet doorgaan en hiervoor was half Brunssum op de been.
Onze Beschermheer de E.A. Heer Burgemeester, loste na inspectie van de in keurig gelid opgestelde schutterij en gebed van de voorzitter, het eerste schot. Na een harde en verbeten strijd, waarbij in totaal 60 maal de buks aan diverse schouders was gegaan, gaf de reserve-vogel er de brui aan en werd schutter Harie Mommen, de eerste Koning van Brunssum na de bevrijding. Tot laat in de avond was het in het schutterslokaal een gezellig komen en
gaan en werd menig glas "sjöttebeer" door dorstige keelgaten gespoeld.
Die verdwenen schuttersvogel evenwel, kreeg een staartje. Langs allerhande sluipwegen belande deze tenslotte bij de rijwielhandelaar Sef Janssen, die de vogel prompt benutte als stunt voor zijn carnavals-kinderoptochtcomitee. Er hadden diverse besprekingen op UNO-niveau plaats tussen een college van Bemiddelaars, bestaande uit de heren Hein Weimer, Sej Janssen, Toon Sikkes en Jan Braun en het bestuur der schutterij, waarbij de vogel ten leste tegen storting van een bedrag van fl. 100,= bijeengebracht door vrijwillige giften, met veel pracht en praal op zijn nest belandde. De vastelaovesvereniging "Der Stjerebach" was hierbij ook als lachende derde tegenwoordig en decoreerde met kwistige hand. Ook de pers maakte van een en ander veel ophef en de gehele vogelkwestie werd hierdoor een prachtig geslaagde stunt.
Bij dit vogelschieten waren de volgende personen lid van de schutterij:
Sjeng Hoenen Generaal
Joep von den Hoff Lt. Generaal
Kuub Arets Kolonel
Piet Schobben Lt Kolonel
Joep Arets Majoor
Piet Arets Kapitein (com)
Thei Rutten Kapitein
Sjeng van Knippenberg 1e Luitenant
Ben Krijgsman 2e Luitenant
L. Kessels Vaandrig
K. von den Hoff Sergeant Maj.
Fr. Hoenen Sergeant
A. Peters Sergeant
Vermeulen Korporaal
J. Muys Korporaal
Oldenburger Tambour-majoor
Schutters
Hub Peters
Wiel Schröder
Johan Jonkers
Zef Arets (Merk.)
Harrie Mommen (koning)
Jacob Arets (Comm.Garde)
Ger Maas (Schinveld)
G. v.d. Ven
K. Timmermans
Jan Nijenhuis
Franssen (Merk.)
J. Bressers
J. Geelen
Jeurissen
B. Krijgsman (Jr.)
Hoornblazers
Bierstekers
H. Rijvers
Goof Janssen
Peters
Mars-trom
W. van Ewijk
Zwiers
Dohmen
G.
Janssen
P. Lambrechts
Halfdiepe-trom
Kersemakers
Lüpsche
Hendriks
Bierstekers
Overslag-trom
H.J. Agelink
Na enkele markante successen op het O.L.S. 1958, waarbij diverse prijzen in de wacht werden gesleept en waarbij St. Gregorius de Grote zich een goede naam verwierf, vooral na het bondsschuttersfeest in 1962, dat in Brunssum uitstekend werd georganiseerd, besloot het bestuur in 1963 te starten met het z.g. Baron de Negri Tournooi. Dit tournooi een koningsvogelschiettournooi voor alle koningen en Keizers uit een kalenderjaar mocht zich in den beginnen verheugen op zeer goede deelname. Het zal dit jaar voor de vijftiende achtereenvolgende maal worden georganiseerd.
In 1965 bleken de oude uniformen zodanig te zijn versleten, dat zo spoedig mogelijk tot aanschaf van nieuwe uniformen moest worden overgegaan. Via diverse acties werden in zeer korte tijd de benodigde gelden verkregen, zodat tot het vervaardigen van de nieuwe uniformen kon worden overgegaan. Het uniform van het 5e Regiment Dragonders, het Limburgse Bondscontigent uit de jaren 1855 tot 1867, bleek het meest aan te spreken, zodat dit uniform ook werd uitgekozen. Veel Steun werd hierbij ontvangen van de heer kerkhoven van het legermuseum uit Leiden en van de heer Smit van het Departement van Defensie, alsmede van de firma van Dongen, die de uitmonstering leverde.
De uniformen werden gemaakt door de firma Spork uit Heerlerheide en met medewerking van ons eigen lid Herman Janssen. Op 20 juni 1965 was het dan eindelijk zover. Met een grootse receptie in het schutterslokaal werden de uniformen aan de bevolking van onze gemeente gepresenteerd. Iedereen was enthousiast. Op het hierna volgend bondsfeest te Schimmert behaalde de schutterij dan ook de eerste prijs voor het mooiste Militair Uniform. Aangezien het seizoen reeds gevorderd was en men niet meer aan feesten kon deelnemen, besloot het bestuur om bij het huwelijk van Prinses Beatrix met Prins Claus, ondanks de woelige tijden in Amsterdam, toch acte de presence te geven, als blijk van aanhankelijkheid aan het Koninklijk Huis.
In 1968 ontving het gemeentebestuur van Brunssum de uitnodiging de schutterij af te vaardigen naar het Landesschützenfest in het Oostenrijkse Kufstein. Bij dit schuttersfeest werden nieuwe contacten gelegd en wel tussen Freistadt in Opper-Oostenrijk en de schutterij St. Gregorius de grote uit Brunssum, die resulteerden in een bezoek in 1969 van het Privat Uniformiert Bürgerkorps der Stadt Freistadt aan Brunssum. Tevens waren in Brunssum te gast, een afvaardiging uit Kufstein (Tirol), uit Gelsenkirchen en uit Dortmund. Dit feest resulteerde in een tegenbezoek van de Brunssumse schutterij in 1970 aan Freistadt. In 1972 mochten wij de volledige schutterij van Kufstein en van Dortmund bij onze Baron de Negri wedstrijden begroeten.
Inmiddels waren de uniformen door het intensieve gebruik in een dermate slechte toestand geraakt, dat vervanging niet meer was uit te stellen. Het bestuur besloot wederom het legermuseum in te schakelen en via diverse adviezen werd besloten de uniformen aan te schaffen van het Regiment Jagers van 1829. Ook nu bleek dat het bestuur een goede keus had gedaan, want in de eerste jaren wisten wij praktisch alle eerste prijzen met dit uniform te veroveren. Dit succes werkte door, want op het O.L.S. feest in Wijlre, wist de schietploeg voor de eerste maal in de Brunssumse historie de achttien punten te schieten en zich te kwalificeren als nr. 16 bij de schietwedstrijden. Deze prestatie wist men in 1975 in het nabij gelegen Oirsbeek te evenaren door wederom 18 punten te schieten met als commentaar van de pers "mocht er een prijs gegeven worden voor de meest complete schutterij, dan ging die onherroepelijk naar St. Gregorius de Grote uit Brunssum". In september 1975 moesten wij echter afscheid nemen van een van de grote steunpilaren van onze vereniging en wel van de beschermheer de Edelachtbare Heer J.W. Quint, burgemeester van Brunssum. Al heeft ons dit ook zeer getroffen, de geest in de vereniging bleef uitstekend en in maart 1976 mochten wij de nieuwe burgemeester de Edelachtbare Heer L. Hoogland als beschermheer installeren.
Nog in datzelfde jaar hadden wij wederom het genoegen, eveneens een bondsschuttersfeest te mogen organiseren. Het bestuur besloot dit te doen in combinatie met het Baron de Negri Tournooi. Dat dit toch wel een goede greep was bewees het uiteindelijke resultaat.
Baron de Negri
We keren weer terug naar de beginjaren zeventig. Het schiettournooi op 22 augustus 1971 voor koningen en keizers om de Baron de Negri-beker was er een van bijzondere betekenis. Er was nl. een baron de Negri aanwezig, die enkele prijzen ter beschikking stelde en na afloop de prijsuitreiking deed. Het was Karl Theodor Freiherr von Negri. Freiherr is de Duitse titel die overeenkomt met baron, dat eigenlijk een Frans woord is. Hij is een rechtstreekse afstammeling van baron Theodoor de Negri, een flinke Brunssummer. Deze trok in de Napoleontische oorlogen als courier van de Duitse keizer door de linies over de Alpen.
opgesteld, staat dat op 4 november 1771 gedoopt is Willem Raymund Theodoor Joseph de Negri, wettige zoon van Frans Willem Joseph, Baron de Negri, vrijheer van Henri Capelle en van de edelmoedige vrouwe Joanna Maria Josepha, Baronesse van Beusdal, echtgenoten. Doopheffers waren: pater Ambrosius Fratzel van de Augustijner Eremietenorde en Anna Elisabeth Salissen namens de abdis van de keizerlijke abdij van Burtscheyt en Elisabeth, Baronesse van Gras. Tot zover de doopakte. De jongen was dus 200 jaar tevoren geboren. Freiherr Karl Theodor, eigenaar van een ingenieursbureau voor elektrische meet/ en regeltechniek in Rheydt, vermeldde dat hij de eerste in zijn familie was, die met normaal werken zijn brood moest verdienen.
Tijdens de wedstrijden van 22 augustus werd geschoten met de zware buks, windbuks en flobert. Er was ook damesvogelschieten. Het jaar daarna was St. Gregorius weer aan de beurt met het organiseren van het bondsschuttersfeest van de bond St. Gerardus. Alle 19 schutterijen, die er lid van zijn, deden mee. Bij het Baron de Negri-tournooi was baron Karl Theodor weer als eregast aanwezig. In mei werden de heren J. v. Knippenberg en J. Jonkers onderscheiden met de gouden O.L.S.-medaille wegens hun 50- respectievelijk 40-jarig lidmaatschap van Gregorius.
Zij zijn de eerste schutters in Limburg die zo'n medaille kregen, daarvoor was het nl. een speld. De heer Jonkers is de zoon van de koning van 1939. Bij de herleving in 1956 droeg hij in de optocht het koningszilver als vervanger van zijn vader. Deze was nl. niet goed meer ter been, maar wel nog actief in de schutterij. Eind 1972 werd het weer zoetjes aan tijd om aan nieuwe uniformen te denken. Men trok naar Leiden waar de keuze viel op het uniform van de 'Jagers van na 1830.' Toen kwamen schutterij, erebestuur, damescomité en gemeentebestuur in actie. Dhr. Jans, voorzitter zowel van de Stichting Steun aan het Schutters- en Gildewezen in beide Limburgen als van de Oud Limburgse Schuttersfederatie, zorgde voor een deskundige uniformenontwerper. Er moesten 42 uniformen komen en een deel van de instrumenten van de drumband moest worden vervangen. Totale kosten t 50.000. Bovengenoemde geledingen van de schutterij brachten f 18.000 bijeen. Een even groot bedrag werd aan subsidie verkregen en verder werd een lening afgesloten. In februari 1974 keurde de gemeenteraad de voorstellen goed en in mei trok de schutterij in het nieuw. De 24e juni kwam de goedkeuring van het provinciebestuur voor de gemeenteraadsbesluiten Op het O.L.S. van dat jaar verdiende Gregorius de eerste prijs mooiste militair uniform, tevens eerste prijzen voor de beste houding in de optocht en het nieuwe fenomeen van St. Gregorius: de marketentsters.
In augustus 1976 vonden de St. Gregoriusfeesten voor de eerste maal plaats. Het begon met de eucharistieviering en een tocht naar het kerkhof voor de herdenking van de overleden schutters.
In het gemeentehuis werden de gasten ontvangen; o.a. de schutterij uit Freistadt in Oostenrijk. De aanwezigheid van de General-Consul van Oostenrijk in Nederland gaf er een bijzonder cachet aan. Hij verleende aan de kersverse beschermheer, burgemeester Hoogland en aan dhr. Jans een onderscheiding in goud. Die middag was op het R.K.B.S.V.-complex in het Houserveld het Baron de Negri tournooi, waar gewedijverd werd om de titel: 'koning der koningen'. De dag daarna, zondag 15 augustus, was er een druk bezochte braderie gevolgd door de schuttersoptocht en het bondsschuttersfeest De dag werd besloten met het schuttersbal.
Het eerste St. Gregoriusfeest was zo geslaagd, ook financieel, dat de schutterij ƒ 500,00 in het culturele fonds van de gemeente Brunssum stortte. Als dank voor de financiële en daadwerkelijke steun ook in het verleden van de kant van het gemeentebestuur ontvangen.
De St. Gregoriusfeesten van 1977 stonden in het teken van "The Escape", een vereniging van pilotenhelpers uit de Tweede Wereldoorlog. De leden ervan zorgden dat geallieerde piloten, die boven Europa door de bezetters waren neergehaald, weer veilig in Engeland kwamen. Dat ging natuurlijk met gevaar voor eigen leven van de pilotenhelpers gepaard. Zo'n 2000 piloten zijn via ons land naar niet-bezet gebied gebracht.
De vereniging The Escape houdt eens per jaar een reünie voor zijn leden, steeds op een andere plaats. Op zondag 14augustus begonnen de feesten met een eucharistieviering in de abdij van Rolduc. Later op de dag werden de gasten van The Escape verwelkomd op het feestterrein. Daaronder bevonden zich ook de Britse ambassadeur, de Airchief Marshall Sir Peter le Cheminant en gouverneur Sjeng Kremers. Na het Wilhelmus daverde een straaljager van de R.A.F. over het feestterrein, als eresaluut aan de leden van The Escape. Naast de gebruikelijke schietwedstrijden was er vogelschieten om het koningschap van The Escape. De ambassadeur 'schoot de wedstrijd open'. Tijdens de feestavond was er een uitzending van radio Nederland Wereldomroep naar 36 landen. Een aangrijpend moment was de boodschap van drie moeders van piloten, twee Amerikaanse en een Engelse. Zij brachten in gevoelvolle woorden dank aan de pilotenhelpers voor alles, wat zij met gevaar voor eigen leven, voor hun zoons hadden gedaan. Verder spraken zij op treffende wijze de hoop uit dat zoiets nooit meer nodig zou zijn.
Het jaar daarna vond het bondsschuttersfeest plaats op een terrein aan de Haefland. Een ploeg van Polygoon Journaal filmde de jurering van konings- en keizerparen.
In 1982 stonden de St. Gregoriusfeesten in het teken van de viering van 200 jaar diplomatieke betrekkingen van Nederland met de Verenigde Staten. In 1782 was de Amerikaanse Vrijheidsoorlog tegen Engeland nog bezig. Nederland bevond zich toen in de Vierde Engelse Oorlog en zodoende waren Nederlanders en Amerikanen bondgenoten. Aan de feesten van 1982 namen dan ook Afcent-militairen uit de USA deel. Er was ook een toernooi voor dames-zestallen. Het geheel was een geslaagd schuttersfeest. Zo geslaagd dat men het jaar daarna alles nog eens goed over deed. Dit maal werd het mede georganiseerd door de Af cent, omdat die toen 30 jaar bestond. Aan de feestelijkheden deden alle nationaliteiten van de Afcent mee.
Op 25 februari 1984 kwam men in het bestuurscentrum tot de onthutsende ontdekking dat het historisch schutterszilver en 75 oude Romeinse munten verdwenen waren. De 'sjuttepop" voelde zich zo naakt als een dame zonder halsketting. Ook zijn sabel was weg. Een dief had zich de nacht tevoren toegang verschaft door een raam van de burgerzaal te vernielen. Daarna had hij de betreffende vitrines kapot gemaakt en zijn slag geslagen. Hij rekende echter buiten de waard, in dit geval de vlugge Brunssumse politie, die hem bij de Recreatieweg in de hei diezelfde nacht arresteerde. Zodoende kwamen de gestolen voorwerpen weer terug. In de carnavalsoptocht van dat jaar liep iemand van de schutterij verkleed als politieman mee, rappe Fredje" uitbeeldend. Dit tot dank voor de schuttersdienst die de politieman aan de schutterij bewezen had.
In hetzelfde jaar vierde men het 425 jarig bestaan. In de schuttersoptocht trok ook een afvaardiging van Alsdorf mee, de plaats waar Brunssum culturele uitwisseling mee heeft. Het Baron de Negri-tournooi vond voor die gelegenheid plaats op het parkeerterrein naast het Unitas, een echte "thuiswedstrijd" dus. Er was een schietinstallatie gebouwd in verband met de veiligheidseisen. Het bijzondere daarvan was een kogelvanger bestaande uit een groot stro-kussen voor een stalen plaat, die met behulp van een grote hijskraan overeind werd gehouden. Om te schieten moest de buks dan in een voorgeschreven affuit gelegd worden. Hierdoor werden de bewegingen van de buks beperkt, zodat alle kogels binnen de kogelvanger terecht kwamen. Verder waren er de gebruikelijke festiviteiten. Nu zijn we inmiddels in het heden beland, d.w.z. dat St. Gregorius op de drempel staat van "zijn eigen"
OLS-feest.
OLS in Brunssum
Op zondag 8 juli 1990 won St. Gregorius pardoes het O.L.S. te Schaesberg. Dat was wat voor Gregorius! In weerwil van de overwinningsroes had de volgende dag toch al de eerste bespreking over het OLS 1991 ten gemeentehuize plaats. Er werd een stuurgroep gevormd van 17 personen, ingedeeld in 6 secties, die elk hun eigen begroting maakten. De PR-sectie had o.a. tot taak sponsoren en cosponsoren aan te trekken. Dat deed men met veel elan, zodat er meer dat ƒ 150.000,00 aan sponsorgeld werd vergaard. De oprichtingsakte van de stuurgroep, die een stichtingsvorm had, werd op 9 augustus getekend. En dan werd er in de goede richting gestuurd.
Er moest een geschikt terrein uitgezocht worden. De keuze viel op de sportvelden van de voetbalvereniging de Leeuw op de Klingelsberg, die werden aangevuld met 8 ha. aangrenzend weidegrond van het Proefbedrijf Paardenhouderij. Het schieten kon dus ver genoeg van de bewoonde wereld plaats vinden. Een bijkomend voordeel was dat in de onmiddellijke nabijheid de nieuwe grote weg van Doenrade naar Brunssum ligt, waardoor zowel schutters als bezoekers binnen een afstand van 250 m. hun voertuigen konden parkeren. Over het tot stand komen van die weg heeft men ongeveer 25 jaar gedaan, maar voor het OLS kwam dat mooi op tijd. Och, wat is eigenlijk een kwart eeuw in de schuttershistorie!
Drie weken voor het feest werd een begin gemaakt met de inrichting van de feestterreinen. Dat werd noeste arbeid voor de vele leden van Brunssumse verenigingen.
Er kwam een tribune met 1000 zitplaatsen, er verrezen drie tenten met een gezamenlijk bodemoppervlak van 5000 m2, 40 nieuwe schietbomen werden door de leden van St. Gregorius gemaakt en opgezet. Het werd een ware schietboomplantdag". Leidingen werden gelegd, er kwam een telefooninstallatie die 10 lijnen bevatte. Verder werd er een tijdelijk rioleringssysteem gemaakt. Het spreekt vanzelf dat alles wat opgebouwd werd, later ook weer afgebroken moest worden. De stuurgroep had aan de Brunssumse verenigingen vrijwilligers voor werkzaamheden gevraagd. 60 Verenigingen leverden circa 900 medewerkers en medewerksters voor de voorbereiding, opbouw en afbraak, maar ook om op de dag zelf alles in goede banen te leiden. Zonder hun medewerking zou het niet zo geklingeld hebben op de Klingelsberg.
Zaterdag 6 juli werd een eucharistieviering gehouden. Mgr Heuvelmans celebreerde de viering, mannenkoor RMK 21, Harmonie Concordia en de solisten M. Ginczinger en M. Kuypers verzorgden op treffende wijze het artistieke gedeelte. En dan de dag zelf. Er waren voor de veelkleurig getinte optocht en de wedstrijden 159 inschrijvingen, een waar record. Circa 30.000 bezoekers sloegen het schouwspel gade. Het weer lag geheel in de lijn van de schietgebeden tijdens de voorafgegane voettocht naar Wittem. De frisdrankenaanvoer kon de omzet niet altijd bijbenen. Na de wedstrijden van die dag waren nog 14 verenigingen in de race. De zaterdag daarop bleven er nog twee over, waarvan de ene de andere aan kogels hielp om verder te komen, Op zondag 14 juli werd St. Petrus van Oler in de eerste kavel de gelukkige winnaar. St. Gregorius kan op een goed geslaagd OLS terugzien.
Bronnen
"Schets van een eervol verleden", drs. Th. Raets, uitgave b.g.v. OLS Brunssum 1991.
"Schutterij St. Gregorius de Grote na de heroprichting", (1977) J.M. van den Boom, erevoorzitter.
Webmaster: Jean-Pierre Palmen