HET SCHIETEN MET DE ZWARE
BUKS
De schutters/beschermers bedienden zich steeds van eigentijdse wapens zoals ook ons huidig leger dat doet. Destijds waren dat de handboog, de kruisbogen uiteindelijk het vuurwapen. Het spreekt voor zich dat het noodzaak was zich aan de tijd aan te passen. Toen de schutterij geen militaire taak meer vervulde voelde men het verdwijnen ervan als een gemis. Men ging het oude idealiseren en de schutterijen als verenigingen in stand houden. In de steden waar de schutterij min of meer een stadswacht was en onderhouden werd door de gegoede burgerij, verdwenen het eerst. Op het platteland waar de band tussen de bewoners hechter is, hield het schutterswezen het beduidend langer uit. De zo overgebleven schutterijen stopten met aanpassing van de bewapening aan nieuwe eisen of uitvindingen. Dit is feitelijk nog tot op heden al wordt er kwalitatief beter materiaal gemaakt.
1865 wordt globaal beschouwd als markeringstijdstip voor vuurwapens die door schutterijen worden gebruikt. Voor 1865 waren er nog de lont-rad-steens-lot en percussie- en voorlaadgeweren. Na die tijd werd er gezocht naar een bruikbaar achterlaadsysteem.
Nederland bouwde de Snider-geweren met een loopboring van 16-17 en 18 mm om tot genoemd systeem. De loop werd afgezaagd en door een zijwaarts sluitende klep weer gesloten. Uiteindelijk kwam na diverse ontwikkelingen in Nederland de Beaumont 11 mm op de markt welke van een grendelsluiting was voorzien. Duitsland kende toen de Mauser M70 met een identiek systeem. De schutterijen hebben in eerste instantie gekozen voor de Snider-achterlader en hier steeds verbeteringen aangebracht. Het oorspronkelijke kaliber werd gehandhaafd. Tot op heden is dat eigenlijk de schuttersbuks.
Doordat op een gegeven moment de Snider-geweren uit produktie geraakten, was het niet meer mogelijk de benodigde patronen te verkrijgen. In de schuttersbuksen komen we enkel de kalibers 12 en 16 tegen. Hier wordt dan ook steeds gebruik gemaakt van jachthagelhulzen.
St. Gregorius de
Grote beschikt over twee zgn. zware buksen van het type ‘Valkenberg’. Beide
wapens werden vervaardigd door wapenmaken Maurice Drummen uit Nuth. De oudste
buks stamt uit 1956. In ….. schonk het Erebestuur van de schutterij een nieuwe
buks met toebehoor ter waarde van ƒ 10.000,00.
De intrede van papier en plastic heeft de fabricage van messing hulzen doen
verdwijnen omdat praktisch geen jager meer zijn eigen patronen wenste te maken.
Dit in tegenstelling tot de schutters die nog steeds hun eigen kogels gieten
(van lood) en de eigen patronen laden. Dit komt ook doordat iedere buks een
prototype is en dan gaat het met name om de kamer ofwel patroonlager. Er is dan
ook geen standaardkogel.
Een schutterij kan dan ook geen kogels van een andere schutterij lenen. De
kogels worden dus nog steeds gegoten net als vroeger alleen de buksen kennen nu
trekken en velden waar het vroeger een gladde loop was. Tevens hebben de loden
kogels in de loop der tijd een betere projectielvorm gekregen.
Aldus hebben we
een kogel die bestaat uit: een messing huls waarvan de afmeting van belang is.
een hoeveelheid kruit die voor elke kogel identiek moet zijn. een patroon die
voor elke kogel identiek van vorm en gewicht moet zijn.
Bij deze laatste is dus de kwaliteit van het lood belangrijk. Als aan al deze
voorwaarden m.b.t. kwaliteit en afmeting en gewicht is voldaan kunnen we stellen
dat elke kogel identiek zal zijn hetgeen uiteraard van belang is voor de
schietwedstrijd.

Het schieten gebeurt op ‘bölkes’ (houten zwarte blokjes van 1,5x1,5x1,5 cm). Op een paal van 12 meter is een ‘hark’ (raamwerk) gemonteerd waar zich 5 latten in bevinden. Aan elke zijde van een lat bevinden zich van boven naar beneden 18 bölkes die op stokjes zijn geschoven. Zes schutters vormen een zgn. zestal. Elke schutter moet 3 van de 18 bölkes afschieten in de juiste volgorde van boven naar beneden. Als alle bölkes zijn afgeschoten gaat het zestal een ronde verder. Het zestal dat uiteindelijk overblijft, is winnaar.
Bij het schieten wordt de buks overigens op een oplegpaal gelegd omdat deze vrij zwaar is (ca. 10 kg,). De oplegpaal is 8 of 10 m. van de paal met de bölkes verwijderd, afhankelijk van de diepte van het schootsveld. Helaas neemt overal in Nederland de bebouwing toe waardoor het moeilijker wordt om zonder problemen vrij te kunnen schieten.
Webmaster: Jean-Pierre Palmen